Startpagina
Woordenlijst
Spelling
Taaltechnieken
Kijk en luister
Gnker Liere Lze
Veldeke online
Out: V kalle Gnker
Historiek
Gnker Kepellekes
Wei ver het zoeal 'ns zgge
Links & bronnen
Veelgestelde vragen
Contact Sitemap Dankwoord

Het Bijvoeglijk Naamwoord, Bijwoord, Voegwoord

 

Bijvoeglijk naamwoord: Spellingsreegels van het Gnker dialekt toupasse. Krek lze wat er steet.

 

Het Bijvoeglijk naamwoord duidt een eigenschap van de zelfstandigheid aan. Hoe is (adjectief)

In de zin: Bijvoeglijke bepaling.

Gebruikt als naamwoordelijk gezegde met het koppelwerkwoord zijn en worden

Vb. De kat is lui - De kat s lee. (de lee kat) Mn sjoehn wre voul. (ne voule sjoehn)

Kan ook zelfstandig gebruikt worden.

ne gezonne bengel - ne gezonne, de zikke, (zieke) den dikken en den dinne.

 

Bijvoeglijk naamwoord

Bij een mannelijk zelfstandig naamwoord = eind -e 

vb: ne smoale wg (mannelijk) De wg s smoal

e smoal lnt (onzijdig) -  het lnt s smoal

n smoal biek (vrouwelijk) - de biek s smoal

nen dikke boom (enkelvoud) - dikke beem (meervoud)

ne zwoeren hoamer (enkelvoud) zwoer hoamers (meervoud)

ne broune stoel (mannelijk) - broun stiel (meervoud)

e broun prd (onzijdig) e zik knd, zikke knner

 

Bij de vrouwelijke weerd, kan t zich nogal ns sjille.

vb. De vol kast, de leeg fles, de groete krk, de bree strt, de rappe mous, n kleen mous, n zeiver brk, n lang brk, n korte brk.

 

Onzijdige weerd:

vb. het klee kalf, het heet vier, het rot hoot, e groet hous, e waerm himme, kaad woater, e groet koet, e lekker kikske, het dier kestim.

 

Meervoud: staerke prd (onzijdig), hoehg beem (mannelijk), kleen meis (vrouwelijk), proeper sjoehn (mannelijk), het gekleerd gloas (enkelvoud), de gekleerde gloazer (meervoud).

 

Goed leistere noo wat en wei ver het zgge.

 

Bijwoord

Geeft een bijzonderheid aan de kern van de zin (werkwoord onderwerp)

Bijwoorden veranderen niet. Vb. Het duurt heel lang - Het doert hiel lank.

De draden zijn heel sterk. De dree zijn hiel staerk.

Bijwoorden zijn: hoe doet woorden.

In de zin:

Bepaling van tijd (wanneer - weinie?) - toen = doen

Bepaling van plaats (waar boe?) - daar = doo

Bepaling van wijze (hoe = wei) - zo = zoe

Bepaling van middel (waarmee - boemt, mt wat?)

Vb.: H geet s mrges vrt. H geet lengs de wg. H geet lansem.

H geet mt ne stek.

 

Bijwoord kan bij n bijvoeglijk naamwoord stoen:

Vb.: ne grmmende kooien hond. n Hiel sjoen vroo.

Bijwoord kan bij n telwoord stoen:
Vb.: Bekans (bijwoord) fijftig (telwoord) man.

Bij Werkwoorden:

Vb.: H rit (werkwoord) snel (bijwoord). H draet im = bijwoord

Bij een aaner bijwoord: H riet hiel (bijwoord) lansem (bijwoord)

 

Voegwoord
Het verbindt zinsdelen.

Ve ploatsen  tssen de eelemente van een opsomming een komma en vier het leste eelement ploatse ver
-en.

As voegwoord gebreike ve: en, of, doen (toen) imdat, as, noodat, opdat, doerdat, enz. Ze moaken de bijzinne onnergesjikt oan den hoefdzin och zinskern.