Het werkwoord: Het koppelwerkwoord
Het Koppelwerkwoord = zijn
Het koppelwerkwoord kan vervoegd worden in de Onvoltooide en Voltooide tijden.
Zie vervoegingen van de Hulpwerkwoorden.
Functie: Het koppelt een naamwoordelijk Gezegde (geen werkwoord) Bijvoegelijk naamwoord aan een zelfstandigheid.
In die zin kan geen Lijdend voorwerp of Handelend voorwerp voorkomen.
Vb. Ich bèn zik
Vèè zijn gelèkkig
Het hoot woas nog nie driehg.
De stal ès sjoen proeëper.
Worden = wèère
Kan ooch as koppelwerkwoord gebreikt wèère.
Vb. Èn ’t woater woerten de biete zeiver
Ènne mèskoul wèère m’n botte voul
Ich woert kód doen ich dat hierde.
|